Sjan kreeg haar leven weer op de rails

“Mijn buren wisten niet dat ik schulden had. Maar toen ze online een filmpje met mij zagen, brachten ze een voedselpakket. Ze waren trots op me. Dat ik zomaar mijn verhaal durfde te vertellen!” Het verhaal van Quiet-member Sjan van Spaendonk.

TEKST: NICK J. SWARTH
FOTO’S: HANS VAN DONGEN

Ze hadden het zo goed voor elkaar, Sjan van Spaendonk en haar toenmalige man. Beiden werkten, ze hadden een eigen huis en hoefden niets te laten. Toen verloor hij zijn baan. Het bedrijf waarvoor hij werkte ging failliet. Zo begonnen de problemen. Ze moesten hun eigen huis opeten. Vanaf dat moment ging het rap bergafwaarts.

“Ons leven was normaal”, vertelt Sjan. “Als twee mensen werken, leef je er ook naar. Je gaat er niet van uit dat je je baan verliest. We hadden ook geen spaarpot. Via de Diamant-groep werkte ik nog 15 uur bij de Schoonmaakcoöperatie. Maar dat was niet genoeg.”
Sjan (47) is een makkelijke prater. Dat is de aard van het beestje. Maar voor dit interview was ze toch zenuwachtig. Hoewel ze het verhaal ook al deed in een korte documentaire die iedereen online kan zien, blijft er een gevoel van schaamte. Als het over armoede gaat, staan mensen snel klaar met hun oordeel. En dat oordeel is vaak negatief.
“Het zal je eigen schuld wel zijn, hoor je vaak”, zegt Sjan. “Nou, dat was in ons geval niet zo. Het overkwam ons. We stonden erbij en keken ernaar, met lede ogen. Alles viel in hoog tempo weg.”

Het is helaas een bekend verhaal in de wereld van de armoede. Om het financieel te rooien zie je je gesteld voor de haast onmogelijke opgave om van de ene op de andere dag anders te gaan leven. “Noodgedwongen deden we dat dus ook, met horten en stoten. Eerst gingen de luxe dingen eruit. De auto, de telefoon, dat soort spullen. Uitgaan in het weekend deden we niet meer. Een keer uiteten, naar de bioscoop, dat werd onmogelijk. Het was zwaar, heel zwaar. We konden niets meer.”

Het koophuis hing hun als de spreekwoordelijke molensteen om de nek. Ze klopten aan bij de Schuldhulpverlening, gevestigd aan de Spoorlaan.
“Dat was zo’n lieve vrouw!” vertelt Sjan opgetogen. “Zij zocht contact met de bank. Ze stelde voor om het huis te verkopen. Eerst wilden de bank en de Belastingdienst niet meewerken. Die wilden gewoon hun geld zien. Maar wij konden het niet meer ophoesten.”
Er moest een rechter aan te pas komen om het te regelen. “We hebben het huis toen onder de marktwaarde verkocht aan een huisjesmelker. Dat was zuur. Hij heeft er studenten ingezet. Hij strijkt per maand een lieve som op over de ruggen van de studenten. Wij kregen een nieuw huis. Een huurhuis.”

Onbetrouwbare bewindvoerder

Om de zaken financieel weer op orde te krijgen, werd er een bewindvoerder benoemd. Een bewindvoerder wordt je toegewezen door de rechtbank. Je draagt de verantwoordelijkheid voor je inkomsten en uitgaven aan zo iemand over. Hij of zij is geen schuldhulpverlener maar gaat over het geld, zorgt dat de vaste lasten betaald worden, zoals de woonkosten, het gas en licht, het water en de verzekeringen.

In Nederland kan iedereen bewindvoerder worden. Sinds 2013 is bij wet omschreven aan welke kwaliteitseisen bewindvoerders die drie of meer personen onder hun hoede hebben, moeten voldoen. Dat neemt niet weg dat er geregeld rotte appels opduiken in de mand.
Sjan en haar man kregen te maken met zo’n akelig exemplaar. Ze hield er een bittere nasmaak aan over. Als ze eraan terugdenkt, wordt ze meteen weer kwaad.
“Dat was een misbaksel, die man. Hij zei op voorhand dat we het nooit zouden redden! Hij mocht mijn man niet. Op een gegeven moment bleven er maar deurwaarders komen. Zo kwamen we erachter dat er iets niet klopte. De man bracht ons alleen nog maar dieper in de problemen. Schuldhulpverlening stuurde toen een brief naar de rechtbank. Hij is uiteindelijk ontslagen.”

Als een bewindvoerder steken laat vallen, is hij daarvoor verzekerd. In principe krijgen de slachtoffers een vergoeding. Maar de praktijk is weerbarstiger. Zoals in 2014 bleek uit het geval van een Tilburgse bewindvoerder. Hij verduisterde het geld van de 150 gezinnen die hij onder zijn hoede had.
“Ze moeten bewindvoerders echt onder de loep nemen”, vindt Sjan. “Sommigen helpen je alleen nog maar dieper in de shit. Maar goed, wij kregen een andere bewindvoerder. Twee zelfs. De ene betaalt alle vaste lasten. De andere zorgt ervoor dat de inboedel drie jaar lang bevroren blijft. De schuldeisers krijgen hun geld aan het einde van het traject, april volgend jaar.”

Annie Rooike en Mie Mut

Financiële problemen komen zelden alleen. Ze brengen spanningen met zich mee. De stress werkt door in alle domeinen van het leven. In het geval van Sjan en haar man leidde het tot een echtscheiding.
“We praatten wel, maar we gingen anders om met elkaar. Dat was een rechtstreeks gevolg van de armoedeval. Er was boosheid, kwaadheid, we maakten ruzie. Op een zeker moment gingen we meer als broer en zus met elkaar om. De vonk van de liefde was gedoofd.”

Verleden jaar stierf haar moeder. Dat was een harde klap.
“Mijn moeder was nummer één!” vertelt Sjan. “Je mocht niet aan mijn moeder komen. We hadden ook koosnaampjes voor elkaar. Ik was Annie Rooike, vanwege mijn rode haar. Zij was Mie Mut. Mijn moeder was mijn hartsvriendin. Ik kon alles tegen haar zeggen.”
Sjan was tien jaar lang de mantelzorger van haar moeder. “Op het eind kon ze niks meer. Ze was klaar met het leven. Ze wilde naar mijn vader toe, die al eerder overleed. In het voorjaar van 2017 stierf ze.” Sjan werd teruggeworpen op zichzelf. “Als je tien jaar voor je moeder zorgt en ze valt weg, dan is dat zwaar. Ik zorgde voor haar. Ik duwde mezelf naar de achtergrond. Ik moest opnieuw leren leven. Zo moet je het zien.”

Ze belandde in een depressie. “Ik sloot mezelf op. Ik kroop weg achter gesloten lamellen. Dat heb ik nu nog wel eens. Het rouwproces duurt voort. Het golft. Er is geen geld voor een behandeling. Ik praat wel met een maatschappelijk werkster. Zij biedt me een luisterend oor en geeft goede raad. Ik ben afgekeurd. Ik zit in de WIA, de arbeidsongeschiktheidswet.”

Bang met een brede lach

Sjan moet rond zien te komen van €40 per week. Wie minder dan €200 leefgeld per maand heeft, kan terecht bij de Voedselbank.
“Ik had er moeite mee. Ik liep wel met een big smile naar binnen, maar ik schaamde me. Ik was kei-bang!” bekent ze. “Ik herkende er ook mensen. Dat zelfs ik dacht: jij hier?! Dat had ik nooit verwacht! Van de andere kant zie je dat je niet bang hoeft te zijn. Je bent helemaal niet alleen. De Voedselbank kwam trouwens precies op tijd. Ik leefde al een tijd op brood.”
Hoewel ze zich er bij vlagen nog steeds ongemakkelijk bij voelt, is de angst om er bekenden tegen te komen verdwenen. “Iedereen weet het nu. Ik sta zelfs op YouTube met een filmpje. Mijn buren wisten niet dat ik schulden had. Toen ze het filmpje zagen, brachten ze een voedselpakket. Ze waren trots op me. Dat ik zomaar mijn verhaal durfde te vertellen!”

Langzaam krijgt ze haar leven weer op de rails. Via de Voedselbank neemt ze deel aan een kookprogramma bij MFA De Poorten. De deelnemers koken eenmaal per week, op donderdag, voor elkaar en voor mensen met een kleine beurs. Maar net wie er komt.
Een ander initiatief waaraan ze meewerkt heet Samen zijn. Het is een particulier initiatief in Tilburg-West. Ze verzorgen er pakketten voor mensen die zelfs bij de Voedselbank buiten de boot vallen. Niet alleen voedselpakketten, ze leveren ook cadeautjes, bijvoorbeeld met Sinterklaas.
En bij Quiet verzorgt ze de kleding in het meeneemhoekje. “Je mag wat meenemen, maar niet je hele tas volladen”, legt ze uit. “Andere mensen willen graag ook nog iets hebben. Verder zet ik koffie en thee en praat met mensen, die verkeren in een situatie als de mijne. Ik wil ze helpen en gelukkig maken met een big smile!”

Blije Pootjes

“Laatst vroeg iemand wat mijn hobby’s waren. Ik wist het niet meer… Ik heb er jarenlang zo weinig tijd en aandacht voor gehad. Maar ik hou van een strandwandeling, van lekker eten, van dieren. Ik heb een poes en een hondje. Dat zijn mijn kindjes. De hond wordt eens in de drie maanden geknipt. Het voedsel komt via De Blije Pootjes, dat is de dierenvoedselbank aan de Dijksterhuisstraat. Die dieren, dat is mijn enige luxe. Soms zegt iemand dat ik ze weg moet doen om geld te besparen. Zo iemand beseft niet hoe belangrijk ze voor me zijn. Ze leiden mijn aandacht af van de problemen.”
De magere jaren hebben Sjan getekend. En ze zijn nog niet achter de rug. Maar ze vindt dat ze nu sterker staat dan vroeger. “Ik ben nu gelukkiger. Ik waardeer ook veel meer. Wat ik aan heb is tweedehands, maar ik ben er blij mee. Je leert omgaan met weinig geld. Als je met weinig geld toch uitkomt, heb je daar een goed gevoel bij.”

Sjans plannen voor de toekomst zijn bescheiden van karakter. “Ik word 107”, zegt ze lachend. In dat geval heeft ze nog een mooi deel van haar leven voor de boeg. Maar voorlopig houdt ze het dicht bij huis. Ze kijkt nog niet echt voorbij het traject van de schuldhulpverlening. Dat ze mag meebouwen aan de Quiet Community ervaart ze als een geluk.
“Als ik uit de schuldhulpverlening ben, mag ik gewoon bij de Quiet blijven. Je kunt immers ook terugvallen. Dat wil ik niet. Je hebt begeleiding nodig om niet terug te vallen. Ik vraag niet zoveel. Huisje-boompje-beestje. En een man, al ben ik wel voorzichtig geworden. Ach, iedereen heeft een rugzakje, klaar!”

De korte documentaire Below the Line waarin Sjan eerder vertelde over haar ontwikkeling kun je hier bekijken.