Zij ging de strijd met de demonen in haar hoofd aan. In de rust staat ze met 2-0 voor.

In 2013 ontstond het idee om met een glossy tijdschrift aandacht te vragen voor de stille armoede in Tilburg, in Nederland. Ingrid (nu 45) wilde, uiteindelijk, graag meewerken aan de eerste Quiet 500. ‘Toen ze me bij de Voedselbank vroegen of ik mijn verhaal wilde vertellen, had ik eerst zoiets van: wil ik dat wel? Maar al snel besefte ik dat schaamte er niet toe doet. Wat voor mij de doorslag gaf? Kinderen. Kinderen kunnen er niets aan doen dat ze in armoede moeten leven. Als ik ook maar één kind gelukkiger kan maken door mijn mond open te trekken, dan heeft het al zin. Dus ik dacht: f*ck it, ik doe het.’ Kleinkind Shadyra (7) kijkt even op van haar computerspelletje, op haar gezicht vechten verbazing en bewondering om voorrang.

Isolement

Zo vertelde Ingrid in die Quiet 500 uitgebreid over de neerwaartse spiraal waarin ze – mede door haar chronische depressiviteit – terecht was gekomen. Een onvervalste hard luck story, maar tussen de ellendige regels door straalt de oerkracht van Ingrid je tegemoet. Die heeft ze ook de afgelopen drie jaar flink moeten aanspreken. Gelukkig had ze ook meeval. ‘Als je, zoals ik, in de schuldsanering zit, moet je het treffen met je bewindvoerder. Inmiddels heb ik er een, die heel redelijk is en sámen met mij een plan maakt. Dat voelt heel anders dan dat alles over je hoofd heen wordt beslist. Dat scheelt echt.’

Het werd langzaam maar zeker rustiger aan het financiële front. Anders was het op het mentale vlak. ‘Indertijd leefde ik teruggetrokken. Ik was mensenschuw geworden. Mensen oordelen, véroordelen zo makkelijk. Ik hield liever afstand dan dat ik me voortdurend moest verdedigen voor hoe mijn leven gelopen was.’

Inloopochtend

Ondanks haar sociaal isolement zit Ingrid in gedachten niet stil. ‘Het contact met de mensen van Quiet was gebleven, ik kon bij ze aankloppen als er iets was. Op een gegeven moment had ik een idee: flashmobs! Als we nou eens organiseerden dat allerlei mensen, oud en jong, arm en rijk, steeds onverwacht ergens even zouden gaan dansen en muziek maken, om zo aandacht te vragen voor de stille armoede… mooi toch?’ Het idee is (nog?) niet gerealiseerd, maar het triggerde wel een andere ontwikkeling. ‘Ik sprak begin dit jaar met Ralf Embrechts van Quiet over hoe we mensen konden verbinden, en zo ging het balletje rollen.’ Ingrid werd bij de inmiddels opgerichte Quiet Community gekoppeld aan Eric – die ze al kende van de Voedselbank. Samen zetten ze als vrijwilligers hun schouders onder een wekelijkse inloopochtend voor Quiet-members, op dinsdag in het kantoorpand aan de Boomstraat 131.

Lachend de deur uit

‘Het was voor mij een hele stap, maar ik ben heel blij dat ik ‘m gezet heb. Het klikt enorm met Eric, en samen met hem ontvang ik de mensen. Lotgenotencontact is belangrijk. Wij bieden een luisterend oor, spreken mensen moed in. Maar het gaat niet alleen over kommer en kwel, hoor. Gezelligheid is minstens zo belangrijk. Laat dat maar aan Eric en mij over, soms is het op ’t randje qua humor. Ik zie regelmatig dat mensen down binnenkomen, en dan lachend de deur uitgaan. Dat geldt ook voor mezelf. Uit die ochtenden haal ik veel energie, je voelt je nuttig, hebt een reden om je bed uit te komen.’ Ze neemt een slok van haar koffie. ‘Ik heb die passiviteit achter me kunnen laten en hoop dat ik ook anderen kan stimuleren om dat te doen. Het is heel goed voor je eigenwaarde als het je lukt om jezelf aan de haren omhoog te trekken en zelfs ánderen te helpen. Ik had laatst ook een goed gesprek bij de Sociale Dienst, daar vonden ze het ook prima dat ik dit deed. Ik heb in aardig wat gemeenten gewoond en ik moet zeggen: Tilburg is geen verkeerde stad als je in de problemen zit. Over het algemeen word je hier menselijk behandeld.’

Niet klagen

Als Quiet-member mag Ingrid ook periodiek gebruik maken van de extraatjes die door sponsors en supporters gratis ter beschikking worden gesteld. Daar gaat ze niet altijd op in. ‘Als ik het niet echt nodig heb, reageer ik niet. In die mindset wil ik graag blijven. Áls ik reageer, is het meestal voor de kleinkinderen… spelletjes, en laatst een mooie kinderfiets. En ik ben een keer uiteten gemogen met mijn dochter die net een zware tijd achter de rug had. Voor mezelf… ja, een keer naar de kapper, dat kon geen kwaad.’ Ze strijkt even door haar lange haar. ‘Ik heb 60 euro per week te besteden, kom in aanmerking voor de Voedselbank. Mij hoor je niet klagen. Bovendien, geluk kun je niet kopen. Het brengt je niets om te blijven hangen in wat je niet hebt… kijk liever naar wat je wél hebt. Er is geen goed zonder slecht, maar het helpt om je te richten op het positieve.’ De depressie blijft, maar heeft haar niet meer in een ijzeren greep. ‘Je leert ermee omgaan. Het is anders dan vroeger, ook omdat ik nu de dingen meer op orde heb en me doelen stel. Ik heb nog nooit zo’n lichte winter gehad. Al moet februari nog wel komen…’ Een brede lach breekt door op haar gezicht.

FOTO: HANS VAN DONGEN

Lees hier het verhaal van Ingrid uit de Quiet 500 van 2013.

Het verhaal hierboven maakt deel uit van het Quiet Jaaroverzicht 2016. Daarin vertellen vier Members over hun stille armoede. Hieronder de links naar de andere drie verhalen.