Hij beterde zijn leven, met God aan zijn zijde. Toch kan hij nog wat extra steun gebruiken.

Als Ricardo (29) zijn tanden bloot lacht, dan flonkert hij, even. Helaas is het niet allemaal goud wat er blinkt in zijn leven. Vier jaar geleden nam hij het dappere besluit om zijn leven radicaal om te gooien. Aan zijn bestaan als rondtrekkende Roma-zigeuner kwam een eind. Door die keuze moest hij zijn leven opnieuw vormgeven. Een zoektocht met God als houvast, en de Voedselbank en Quiet Community in de bijrollen.

De deur van het eenkamerappartement dat hij met zijn dochtertje Muradia (8) bewoont blijft open tijdens het gesprek. Zo zijn Roma nu eenmaal: gastvrij, hartelijk voor de mensen die ze vertrouwen, legt Ricardo uit. En het is niet het enige wat hem na aan het hart ligt: ‘Roma, dat staat voor vrijheid en onderweg zijn. Onafhankelijk zijn. Het reizen zit ons in het bloed, dat heb ik altijd fantastisch gevonden. Heel Europa door. En als je ergens aankomt… typisch voor de Roma is de saamhorigheid, de warmte van je familie.’ Een gróte familie in zijn geval, want hij komt uit een gezin met zestien kinderen.

Er zijn ook aspecten waar Ricardo moeite mee kreeg. ‘Het is een machocultuur. Hoe leg ik het uit… bij ons is er respect voor vrouwen, zeker,  maar een man moet zijn vrouw wel onder de duim houden.’ Dat past minder bij hem, hij schroomt niet meer om zijn zachtaardige kant te tonen. Of dat leidde tot een breuk met zijn vrouw, vijf jaar geleden? ‘We zijn zeven jaar bij elkaar geweest, vanaf mijn zestiende, en we hebben samen een dochter. Het was mijn keuze om te gaan scheiden.’

Burger

Het is niet de enige ingrijpende verandering in zijn leven. Ricardo heeft door de jaren heen steeds meer steun bij het geloof gevonden, en dat maakt verschil. Hij gaat anders kijken naar het alledaagse leven als Roma. In bijbelse termen: het zevende gebod speelt er geen grote rol in. ‘We gingen vaak op reis met maar één doel. De angst dat je betrapt wordt, dat je weer moet zitten… ik kon het niet meer. Wilde het niet meer.’

Op zoek naar een nieuw verdienmodel legt Ricardo zich onder meer toe op het maken van zigeunerjurken. ‘Maar ik kon er de kost niet echt mee verdienen.’ Intussen moet zijn ex-vrouw in het buitenland een straf uitzitten, waarna zij zal worden uitgewezen naar haar geboorteland. Dat betekent dat Ricardo de verantwoordelijkheid voor Muradia alleen moet dragen. Hij hakt de knoop door en wordt burger, een scheldwoord in Roma-kringen. Een vaste plek, niet meer mee op reis, niet meer die angst. Beter voor zijn dochter, ook. Het wordt niet begrepen door zijn naasten.

‘Ze vinden dat ik me te goed voor hen voel. Dat is niet absoluut zo, maar wat ik nu doe wordt toch als een soort van verraad aan hun levenswijze gezien. In hun ogen ben ik ook een armoedzaaier, iemand die zijn hand ophoudt. Een Roma voorziet in zijn eigen levensonderhoud, klaar. Het wordt als een schande gezien als je – zoals ik – afhankelijk bent van een uitkering.’ Uitgekotst is te sterk uitgedrukt, maar door zijn keuzes is er wel afstand. Met enkele van zijn zussen en broers is er contact, met kerst belt hij zijn moeder en zijn oma. Het doet pijn, zeker.  ‘Mijn familie, het reizen, het is een groot gemis.’

Vrijwilligerswerk

Die uitkering, dat heeft tal van oorzaken. Ricardo worstelt met een depressie. Er zijn erfenissen uit het verleden. Een oude straf moest worden uitgezeten, en een schuld van 4.000 euro blijkt hardnekkiger dan gehoopt. Werken voor een baas is geen taboe voor Ricardo, maar hij heeft wel een handleiding, erkent hij. ‘Ik laat veel over me heen komen. Als me iets dwarszit, krop ik het meestal op. Maar op een gegeven moment zit het tot hier ’- zijn hand gaat naar zijn voorhoofd – ‘en dan komt het er in één keer uit. Dat wil je niet. Dat wil ik niet.’ Overleg met de uitkerende instantie heeft tot een compromis geleid: zo’n drie dagen in de week is hij via het MST beschikbaar als tolk voor Roma, in contacten met instanties, dokters, de tandarts. Bij gesprekken, maar ook om brieven te lezen en schrijven, want niet alle Roma hebben dat geleerd. ‘Ik zou dat best als écht werk willen doen, maar dan moet je staatsexamen doen. Dat kan ik sowieso niet betalen.’

Veel gepraat

Het gevolg is dat hij moet zien rond te komen van een heel klein bedrag per week.  En vaste klant is bij de Voedselbank. Hij is er blij mee, om meerdere redenen. ‘Als je bij de Voedselbank komt, dan kom je vanzelf langs het tafeltje van Quiet. Ze vroegen of ik ook een pasje wilde. En waren heel geïnteresseerd in mijn verhaal. Dat is fijn, want je wilt het toch wel eens kwijt.’ Daar is het niet bij gebleven. ‘Ze laten daar hun gevoel spreken, en ze dóén dingen. Bij veel instanties wordt er heel veel gepráát, maar het wordt bijna nooit concreet.  Via Quiet was er in no-time van alles geregeld… tafel, koelkast, de basisdingen. Dat was zo fijn, daarmee kon ik vooruit. En daarna kreeg ik dan regelmatig een aanbod om iets leuks te doen, dankzij de sponsors. Ik mocht een keertje met mijn dochter en mijn neefje naar de Beekse Bergen, dat was geweldig leuk. En een keer naar Willem II, dat was ook mooi.’ Slagroom op de taart: een stevige tweedehands fiets, zodat hij niet meer naar zijn werk hoeft te lopen en Muradia dagelijks achterop kan, naar en van school. ‘Echt een uitkomst.’

Lege koelkast

Dat er niet meteen geóórdeeld wordt is een verademing. ‘Kijk, ik zie er niet eens zo heel duidelijk als een zigeuner uit, maar Muradia draagt altijd kleurige rokken, vindt ze leuk.’ Hij laat een foto zien: mooi meisje, mooie rok. Maar: ‘Als ik dan met haar in een winkel kom, krijgen we meteen een beveiliger achter ons aan. We worden allemaal over één kam geschoren.’ Aan de ene kant begrijpt hij het wel, maar het doet hem ook verdriet.

Het geloof is zijn houvast. Roma zijn van huis uit katholiek, maar Ricardo zoekt zijn heil juist bij de Pinkstergemeente. ‘Roma zijn wel gelovig, maar ze léven niet volgens de bijbel. Daarom heb ik gekozen voor deze richting.’ Hij gaat er meestal op zondag heen. Muradia gaat mee. ’Jong geleerd oud gedaan, toch?’ Terugvallen in de oude patronen wil hij niet, hij wil koste wat kost op de ingeslagen weg – het rechte pad – verder.  ‘Ik kan wel tien redenen bedenken om weer te gaan stelen. Van al die redenen is er nog maar één waar ik gevoelig voor ben.’ Hij wijst naar de koelkast. ‘Als die leeg blijft.’

Uitzetting

Dat is op dit moment niet zijn enige zorg. Zijn Roma-gastvrijheid  heeft ook een schaduwkant gekregen. ‘In de eerste drie maanden hier woonden er allemaal vrienden op de galerij en dan wordt het vanzelf gezellig. En lawaaiig, ja. Maar het laatste echte incident is al bijna een jaar geleden.’ Toch leidde het gedoe met de buren tot een harde werkelijkheid: per 1 januari moet hij zijn kamer uit. Dat geeft stress. Om voor Muradia te mogen zorgen moet zijn woonsituatie stabiel zijn. Ricardo moet er niet aan denken wat hem – en vooral háár – te wachten staat als het zover is. Jeugdzorg, pleeggezin… veel liever wil hij zélf het anker voor zijn dochter zijn.

‘Ik ben nu toch weer begonnen met antidepressiva, want de druk is groot en ik wil sterk blijven, voor Muradia. Ik krijg extra psychologische ondersteuning, maar een oplossing… ik weet het niet.’ De dreigende uitzetting verstoort zijn vaste patroon. ‘Ik ga zelfs minder vaak naar de kerk nu. Maar ik ben wel met God bezig, hoor.’ Vanaf een imposant wandkleed, gekregen van zijn oma, lijkt diens zoon Jezus een oogje in het zeil te houden. Nu maar hopen dat Ricardo’s gebeden verhoord worden.

FOTO: HANS VAN DONGEN

Het verhaal van Ricardo maakt deel uit van het Quiet Jaaroverzicht 2016. Daarin vertellen vier Members over hun stille armoede. Hieronder de links naar de andere drie verhalen.