Onlangs mochten we bij Quiet Groningen de eerste vijftig members inschrijven. Een van hen is Jans de Kleine. Zijn verhaal laat goed zien hoe stille armoede zomaar kan toeslaan.

We ontmoeten Jans tijdens de inschrijfsessie bij de Voedselbank. Een lange man met imposante tatoeages op zijn armen. In een rolstoel, maar daarover later meer. Elke maandagmorgen brengt een taxi hem naar de Voedselbank. Als we hem vragen of hij zijn verhaal wil vertellen, stemt hij spontaan toe. We spreken af bij hem thuis: veel rustiger en het praat wat makkelijker.

Motoren
Zijn appartement is makkelijk te vinden langs de rondweg in Groningen. Vanwege zijn handicap mogen bezoekers door een elektrisch bediend poortje aan de achterkant van de flat parkeren. Jans kan dan, zittend in zijn rolstoel, vanaf de galerij op de begane grond zien wie er aankomt en mensen binnenlaten.
Bij binnenkomst word je meteen geconfronteerd met zijn hobby. Een half afgebouwde motor staat midden in de woonkamer. Jans was vroeger automonteur en heeft veel technische kennis en ervaring. Aan het plafond hangt de Groningse vlag, aan de muur posters van motoren, de film Easy Rider en de jarenzeventigband The Ramones, “waarvan er nog maar eentje in leven is”, weet Jans.
Verder weinig tierelantijnen, een echt mannenhuishouden, gedeeld met poes Camino – Spaans voor on the road.

Ongeluk met gevolgen
Jans is blij met het bezoek van Quiet, het geeft hem de gelegenheid zijn verhaal te doen. Dat ‘begint’ in 1992, als Jans betrokken raakt bij een auto-ongeval. De bestelauto van een vriend krijgt een klapband, botst op de vangrail en slaat drie keer over de kop. “Ik zat op de achterbank, werd via de achterklep naar buiten gelanceerd en brak m’n nek. Hoe raar kan het lopen in het leven…”
Het ongeluk zette heel zijn leven op zijn kop. Jans verloor z’n baan, z’n woning en iets later ook zijn vriendin.

Creatief idee
Ondanks de partiële dwarslaesie en spasmen wilde Jans graag weer wat gaan doen. De revalidatie had hem sterker gemaakt en het plan ontstond om een doe-het-zelf-garage te beginnen. Geen Brug Te Ver was geboren. “Klanten konden er, onder mijn begeleiding, sleutelen aan hun auto en motor, ze konden alle voorzieningen van de garage gebruiken.”
Er bleek voor dit creatieve idee aanvankelijk geen financier te vinden. Jans zette door, maar de bureaucratie werkte behoorlijk tegen. Het zou nog jaren duren eer er een lening van de gemeente kwam.

Faillissement
Helaas kwam het project daarmee niet in rustig vaarwater. De financiële crisis sloeg hard toe en gooide roet in het eten. Ook nu raakte Jans z’n werk kwijt: een faillissement bleek onafwendbaar en schulden liepen op. In het schuldentraject bleef een tijdlang zó weinig bestedingsruimte over dat Jans moest leven van 10 euro boodschappengeld per week. “De Voedselbank was zeker een grote steun”, blikt Jans terug op die periode.

Inzetten voor anderen
Inmiddels is er licht aan het einde van de tunnel. “Ik heb nu eindelijk een heel goede contactpersoon die mijn financiële zaken snel en goed regelt. Daardoor heb ik weer wat meer te besteden. En zij geeft me vooral ook weer het gevoel dat ik ertoe dóé. Ik zat zo diep in de put, ervoer alles als groot onrecht.”
Nu hij weer sterker in zijn schoenen staat, wil Jans als Quiet-member graag zijn talenten inzetten voor andere members. Een voorbeeld? Jans, enthousiast: “Ik heb bijvoorbeeld laatst een zwachtel-oprol-machine ontwikkeld. Die kan misschien nog ‘ns van nut zijn voor wat oudere members die ook moeilijk zelf kunnen rollen.”