Het afgelopen jaar stond onder meer in het teken van de toeslagenaffaire. Het onbestaanbare bleek waar. Ouders die financiële steun nodig hebben om rond te kunnen komen, werden door de Belastingdienst in diepe problemen gestort. Tot aan de top van de Belastingdienst was bekend dat wantrouwen de lijn was. Bij twijfel de toeslag inhouden en terugvorderen was het devies. Er kwam daarvoor zelfs een weerzinwekkend nieuw woord: afpakjesdag.

De impact van afpakjesdag is niet te overzien. Zoals armoede veel meer is dan een gebrek aan geld, is afpakjesdag veel meer dan het afpakken van toeslagen. Financiële problemen vreten aan het dagelijks leven. De normale dingen komen onder druk te staan, sociale verbanden gaan stuk en gezondheids-problemen steken, vaak via de band van stress, de kop op. Het toeslagensysteem deugt niet. Het is te complex en brengt te veel mensen die elk dubbeltje omdraaien in problemen. De roep om aanpassingen klinkt al lang. In 2012 schreef ik met onder meer Andre Moerman van het landelijk overleg Sociaal Raadslieden al het rapport Paritas passe? Daarin hekelden we hoe ingewikkeld het is om het juiste bedrag aan te vragen en hoe weinig bereid de Belastingdienst was om bij teveel uitgekeerde bedragen maatwerk te leveren bij de invordering. Ons rapport leidde destijds tot Kamervragen en tot de aankondiging van het Kabinet dat er een integrale visie op Rijksincasso zou komen. Er volgde een veelheid aan volgende rapporten die elke keer in nagenoeg dezelfde bewoordingen opschreven dat het systeem op de schop moet. En ondertussen veranderde er niets….

De betrokken journalisten en Kamerleden verdienen alle lof. Ze werden terecht uitgeroepen tot journalist van het jaar of kregen de publieksprijs voor beste Kamerleden. En tegelijkertijd is het de vraag waar we staan. Snel moest wel aftreden, maar daarmee zijn de problemen nog niet opgelost. Bij zijn afscheid zei hij ‘de problemen zijn hardnekkiger en complexer dan we nu al denken of hopen’. De eerste stap die gezet moet worden is dat duidelijk wordt welke ouders nog meer in diepe problemen zijn gestort. Dat ze allemaal ruimhartig worden gecompenseerd in het besef dat het persoonlijk leed achter geldgebrek nooit met geld is te compenseren.

De tweede en eveneens belangrijke stap is dat we gaan begrijpen hoe het kan dat er jarenlang door zoveel verschillende partijen aandacht is gevraagd voor de perverse werking van een systeem dat pas ontspoort als de betrokken ambtenaren ontsporen. Hoe komt het dat de constatering dat de aanvraagprocedure te ingewikkeld is en dat de invordering mensen klem zet niet al genoeg was voor actie? Op deze plek neig ik naar het antwoord dat er tot het rapport van de commissie Donner eenvoudigweg onvoldoende draagvlak was. Dat de ellende die werd veroorzaakt door het systeem niet groot en zichtbaar genoeg was. TV-items en radio-interviews met burgers die vastliepen, rapporten van onder meer de Nationale Ombudsman en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving ten spijt. Er waren bij de Belastingdienst andere prioriteiten en de politieke meningsverschillen over het belang om mensen financieel te steunen waren te groot om een systeem dat overduidelijk niet functioneerde aan te passen. De roep om een nieuw systeem is nu groot. Er lijkt draagvlak, maar het design wordt nog een hele opgave. Het huidige systeem is gebouwd op wantrouwen en controle. Alleen als de politiek die lijn durft los te laten en over durft te gaan op vertrouwen en ondersteuning gloort er na de afgelopen jaren een glimpje hoop.