Tekst & Fotografie: Ginet Balistreri

Hij woont al 34 jaar in Dordrecht. Sinds twee jaar bivakkeert hij in een krappe eenpersoonswoning verscholen achter een grote parkeergarage. Het is dat er een huisnummer aan de muur hangt, anders was ik er voorbijgelopen. Ik leer Edwig in anderhalf uur kennen als een vroom, verstandig persoon, met genoeg verhalen te vertellen voor een dikke bestseller. “Zullen we het samen doen?” vraagt hij lachend, na mijn opmerking dat hij een boek moet schrijven over zijn turbulente leven. Het idee is niet eens zo gek eigenlijk.

De in Curacao geboren vijftiger heeft met zijn levensverhaal wat te bieden, met name voor jongeren. “Ik ben sociaal en ik kan goed communiceren. Ik zou graag lezingen willen geven, op scholen bijvoorbeeld.”

Edwig was 18 toen hij naar Nederland kwam. Hij ging naar de leerschool bij Scheepswerf Biesbosch. “Oorspronkelijk moest ik een jaar leren maar na zes maanden mocht ik in de productie gaan werken. Het bedrijf ging failliet en eigenlijk begon het toen al mis te gaan. Ik had daarna diverse baantjes in de metaalindustrie, als jongerenwerker en beheerder van culturele centra. Die baantjes waren vaak tijdelijk, en tussendoor had ik geen geld. Ik begon klusjes te doen voor criminelen. Niet om dure spullen te kopen, maar om te overleven. Ik zag geen andere uitweg. Je moet toch eten en huur betalen. Ik schaam me er niet voor. Ik zie het als een levensles, die ik graag door wil geven aan de jeugd. Ik kan hen waarschuwen voor de gevaren. Klusjes voor criminelen doen lijkt een makkelijke manier van geld krijgen, maar dat is het niet, anders zouden die criminelen het zelf wel doen. Met een strafblad verpest je je toekomst en er is geen weg terug. Ik wil jongeren hiervoor behoeden, met het vertellen van mijn persoonlijke belevenissen. Ik kan niet veel met mijn conditie, maar dat kan ik wel.”

“Ik zou graag lezingen willen geven, op scholen bijvoorbeeld.”

 

Edwig was een actief persoon. Hij heeft veel gewerkt, gesport, gemusiceerd, teksten geschreven en zelfs een toneelstuk geregisseerd dat in Kunstmin heeft gedraaid (‘Famia Brua’). Alles is nu anders. Na een ongeluk raakte zijn rechterschouder geblesseerd. Een operatie volgde maar mislukte. Moedeloos vertelt hij over het verloop daarna. Hij kreeg geen WIA-uitkering omdat hij voor 34,8% afgekeurd werd, 2% te weinig. Maar inmiddels is hij ook aan zijn linkerschouder geopereerd, staat een kunstschouder in de planning en lijdt hij aan een ernstige vorm van artrose. “Die berekening klopt niet meer, maar ik moet een advocaat in de armen nemen om mijn recht te halen. Het zijn extra zorgen, naast de pijn en mijn beperkingen. Ik kan niet eens afwassen of de was ophangen. Ik ben afhankelijk van anderen.”

 

 

Er valt een ongemakkelijke stilte, maar Edwig herpakt zich snel. Met zichtbare trots draait hij het fotolijstje dat op tafel staat naar mij toe. Ik zie twee knappe tienermeisjes. “Mijn dochters”, glundert Edwig. “Ik heb goed contact met ze, en ook met hun moeder. Die kinderen hebben ons nodig, zonder gedoe of spanningen. Volgende week mogen ze een dagje naar de Efteling. We hebben dat aangeboden gekregen van Quiet, zelf hadden we dat nooit kunnen betalen.”

“Ik geloof dat dit mijn pad is, en het doel van mijn leven.”

Edwig leerde Quiet Drechtsteden kennen toen een vriend hem meenam naar de inloopdag. “Ik had er nog nooit van gehoord. Het is daar gezellig, onder de mensen, koffie drinken, kletsen, spelletje doen. Quiet heeft veel voor me gedaan, en nog steeds helpen ze me. Dat geeft me moed, moed om door te gaan, en te blijven dromen. Ik hoop dat ik ergens welkom ben om die lezingen te geven. Ik ben gelovig, en ik geloof dat dit mijn pad is, en het doel van mijn leven.