Quiet Tilburg kan niet zonder mensen die de handen uit de mouwen steken, letterlijk en figuurlijk. Vrijwilligers die hun talenten graag onbetaald inzetten voor het goede doel. In deze interviewserie laat Caroline Moerland (zelf ook vrijwilliger) steeds een van die kanjers aan het woord. Het spits wordt afgebeten door Chris van Huijgevoort, die voor Quiet veel technische en logistieke klussen klaart.

Chris zit op dinsdagochtend aan de koffie in het Quiet-gebouw, samen met vaste bijrijder en klusmaat Hans Liebregts. Was er geen corona, dan zou het hier nu vol zitten met collega-members. Maar er zijn geen inloopochtenden nu en dat vindt Chris niks. “Ze zitten maar achter de geraniums.” Hij kan niet wachten totdat hij en Hans weer een ‘uitloopochtend’ mogen helpen organiseren, waarbij members elkaar in een Tilburgs park ontmoeten. 

Dus is hij maar vast met de voorbereidingen begonnen. Chris heeft bedacht hoe hij vijf grote letters die samen het woord QUIET vormen, in de grond kan prikken. Als cijferkaarsen in een taart. Dan worden de letters, bedoeld voor een evenement dat niet kon doorgaan, toch gebruikt. “Zo kunnen we Quiet netjes neerzetten in het park.” 

Dynamisch duo

Chris is er de man niet naar om stil te zitten. “Ik móet echt iets te doen hebben.” Dus rijdt hij heel wat af met de Quiet-bus; bijvoorbeeld om producten op te halen bij sponsors, of om ze te brengen naar members die zelf geen vervoer hebben. Samen met Hans is hij veel onderweg: vóór corona wel vijf keer per week, nu maar twee. Ook hebben ze samen een groot aantal exemplaren van de Quiet Tilburg Courant rondgebracht en waren ze vorig jaar actief voor ONS Soepje, maaltijden rondbrengen naar kwetsbare mensen.

Hij helpt ook regelmatig members die hij kent bij een klus in huis. “Meestal kleine dingen, soms grote, zoals een tweedehands keuken plaatsen of een muur stuken.” Ook daarbij trekt hij vaak met Hans op. “Zo’n extra paar handen is altijd makkelijk. Ik hoef hem maar te bellen en hij is er.”

In 40 seconden

Van oorsprong is Chris koetsenbouwer. In dat vak kwamen zijn creativiteit en handigheid helemaal tot hun recht. Kon hij werken met hout én metaal. En waren paarden – een grote passie van hem – nooit ver weg. Behalve als koetsenbouwer heeft hij onder andere gewerkt als monteur van liften en roltrappen. En in een andere baan moest hij banden van trucks verwisselen. “Ik kon ze er in 40 seconden opzetten”, zegt hij trots. 

Hij leerde al jong hard werken. “Ik was de oudste in een groot gezin. Toen mijn vader invalide werd, moest ik heel vroeg aan de gang.” Hij is blij dat hij zijn kinderen en stiefkinderen wél de kans heeft kunnen geven een opleiding te volgen. En dat die – soms met vallen en opstaan – goed zijn terechtgekomen. Aan de relatie met hun moeders is op heel verschillende manieren een einde gekomen. Hij denkt niet graag terug aan het verdriet dat hij in zijn leven heeft gekend, maar zegt er wel dit over: “Ik heb flinke rugzakken.”

Financiële klappen

Zijn laatste baan was praktijkdocent hout en metaal in het voortgezet speciaal onderwijs. Daarna belandde hij in de WAO. “Versleten rug, versleten schouders, alles versleten.” Samen met iemand anders richtte hij een stichting op: Power of love and culture. Ze zamelden goederen in voor ziekenhuizen en kindertehuizen in Kenia. Maar zijn medebestuurslid ging er met de kas vandoor en zo raakte Chris in één klap ook zijn spaargeld kwijt. Na een moeizame juridische strijd is hij nu de enige die het voor het zeggen heeft bij de stichting. 

“Op een gegeven moment was ik echt álles kwijt. Zo beland je dan op de bodem en loop je bij de Voedselbank.” Nuchter: “Dat zijn de minder leuke dingen die je meemaakt.” Het moeilijkste aan die periode vindt hij nog wel dat hij zijn vertrouwen in mensen was kwijtgeraakt. En dat hij ze niet meer kon helpen zoals hij wilde. 

Altijd voor de armen

Maar al snel werd hij behalve klant ook vrijwilliger bij de Voedselbank. Zo vond hij toch een manier om lotgenoten te helpen. Hij zet zich graag in voor mensen in armoede. “Ik ga toch steeds weer voor de armen. Niet voor de rijken. Die hebben het niet nodig, toch?”

Chris is een man voor wie niks te veel is. “Maar als ik probeer iets mee op te bouwen, dan wil ik wel een stukje respect.” Krijgt hij dat niet, dan is hij vertrokken. Ook al betekent het dat hij vrijwilligerswerk moet opgeven dat hij bijzonder graag doet.

Het werk bij Quiet ziet Chris als een waardevolle invulling van zijn tijd. Op de vraag of hij iets zou willen veranderen bij de organisatie, antwoordt hij ontkennend. Bij Quiet krijgt hij – binnen de geldende regels – de ruimte en het vertrouwen om naar eigen inzicht te handelen. “Ik voel me hier thuis.”