Quiet Tilburg kan niet zonder mensen die de handen uit de mouwen steken, letterlijk en figuurlijk. Vrijwilligers die hun talenten graag onbetaald inzetten voor het goede doel. In deze interviewserie laat Caroline Moerland (zelf ook vrijwilliger) steeds een van die kanjers aan het woord. Deze keer is het woord aan Tonnie van Mook, lid van belteam, die uit ervaring weet wat mensen in armoede meemaken.

Tonnie houdt van tuinieren. Dus toen ze begreep dat Quiet Tilburg mensen zocht voor het toenmalige klusteam, meldde ze zich aan. Met veel plezier knapte ze tuinen van members op, hielp mee opruimen of bracht spullen naar de stort. Tegenwoordig is ze twee dagdelen actief in het belteam.

“Ik vind het fijn om iets terug te doen voor de samenleving”, zegt ze. Anderen waren ook bereid háár te helpen. “Veel van wat hier staat heb ik gekregen”, wijst ze naar de meubels in haar woonkamer. “Deze eettafel bijvoorbeeld komt van La Poubelle; aangeschaft met een tegoedbon die pater Poels me gaf.” 

Unieke vakantie

Ze vindt het heerlijk dat ze nu zelf mensen blij mag maken. “Laatst heb ik members gebeld die op Koningsdag een doosje tompoucen konden ophalen bij Plus IJsselstein. Dat was een loting via de Quiet-app.”

En ze verheugt zich erop dat ze binnenkort weer members mag bellen om te vertellen dat ze gratis op vakantie mogen. Drie jaar geleden was Tonnie zelf een member die een Weekje Weg aangeboden kreeg van de gelijknamige stichting. “De bus erheen en weer terug, de accommodatie, huurfietsen: alles was betaald”, zegt ze. De vakanties zijn bedoeld voor gezinnen die zich geen weekje weg kunnen veroorloven. “Het was de eerste vakantie met mijn kindjes samen.”

Me-time

Tonnie heeft vijf kinderen, uit twee verschillende relaties. Haar oudste zoon en dochter zijn volwassenen; ze is zelfs al oma. Maar de jongste drie waren destijds net jong genoeg om mee te mogen. Nu zit het drietal middenin de puberteit. “Da’s best pittig”, zegt ze. Wat nog zachtjes uitgedrukt is, gezien de ‘rugzakjes’ die twee van de drie hebben. Bovendien voedt ze hen alleen op. “Ik mis niet zozeer een partner”, zegt ze, “maar iemand die zegt: ‘Heb eens een beetje respect voor je moeder.’ Iemand die op mijn grenzen let.” 

Jarenlang had ze amper tijd voor zichzelf. Dat gaat nu de kinderen ouder worden gelukkig steeds beter. Ze kiest ook bewust voor zo nu en dan wat me-time. Zoals samen eten met vriendinnen bij Resto013, toen dat nog niet dicht was door corona. Het vrijwilligerswerk bij Quiet is net zo goed me-time voor Tonnie. “Hier is het de hele dag: ‘Mam! Mama! Oma!’ Daar ben ik collega-van.”  

“Het voelt voor mij als thuiskomen”, zegt Tonnie over Quiet. Ze is blij dat ze sinds kort weer twee keer per week naar de Hoflaan mag. “Met corona lag het voor mij helemaal stil. Dan wordt je wereldje wel erg klein.” Samen met haar collega-vriendinnen van het belteam lacht ze heel wat af. Een welkome afwisseling voor de verdrietige verhalen die ze soms ook hoort aan de telefoon. 

Vrijwillig onder bewind

Tonnie behoort tot de eerste honderd members van Quiet Tilburg. Ze leeft al jaren van een minimuminkomen. “Ik heb vroeger echt verkeerde keuzes gemaakt. Daar wil ik verder niet op ingaan, maar ik ben er flink voor afgestraft.” Ze zat in de schuldsanering en heeft nu vrijwillig een bewindvoerder. 

Met haar overlegt ze als ze bijvoorbeeld een Netflix-abonnement wil afsluiten voor haar pubers. En de bewindvoerder wijst Tonnie er op haar beurt op dat ze misschien beter haar abonnement op de Beekse Bergen kan opzeggen als het recreatiepark toch dicht is vanwege corona. Maar daar heeft Tonnie dan weer moeite mee: “Ze moeten daar toch ook wat verdienen?”

Opgebiecht

Doordat ze zelf met armoede te maken heeft, kan ze zich goed inleven in de mensen die ze aan de telefoon krijgt. Ze weet wat het betekent als je een portie kibbeling mag halen voor je gezin, of wanneer je twee gratis kaartjes krijgt voor het trampolinepark. “Dan hoef ik er nog maar één zelf te betalen.” 

“Allemaal dankzij de sponsors.” Met schaamte denkt ze terug aan die keer dat ze vergeten was een Poké-bowl op te halen bij een restaurant in de binnenstad. Ze biechtte het op aan collega-vrijwilligers. Het was een wake-up call voor haar. “Ik zei tegen mezelf: ‘Hé Ton, als je iets toegekend krijgt, ga het dan ook halen.’ Zo’n sponsor rekent daarop.”

Tegenwoordig bellen zij en haar collega’s altijd even naar members om te laten weten dat een aanbieding binnenkort verloopt. Tegelijk is de gedachte: iemand zal wel een reden hebben om iets niet op te halen. Armoedestress kent vele gezichten. “Dat is ook het mooie van Quiet: er wordt niet geoordeeld”, zegt Tonnie. “Soms schieten mensen onder de radar. Dat heb ik zelf ook wel eens gehad. Maar ik trek mezelf er altijd weer doorheen.”