René had het zo goed voor elkaar. Een ondernemer in hart en nieren. Hij was de mede-grondlegger van Délifrance in Nederland. Een boeiend verleden waar René veel over te vertellen heeft. Zijn leven ziet er nu heel anders uit. Hij is gescheiden, failliet geraakt, en momenteel herstellende van een heftige longoperatie. Hij is nu afhankelijk van de voedselbank. “Maar ik ben een vechter. Ik kom hier wel doorheen”, zegt de man die de croissantjes naar Nederland haalde.

René woont in een knusse woning in Sterrenburg. Met een aantal aanpassingen in zijn huis, waaronder een traplift, kan hij daar blijven wonen en hoeft hij niet naar een verzorgingstehuis. Een opluchting, want de 63-jarige René is niet graag afhankelijk van anderen. “De zelfstandigheid en het ondernemersbloed ben ik nog niet verloren.”

Hoe het komt dat een jonge succesvolle zakenman ruim veertig jaar later bij de voedselbank belandt, vertelt hij mij heel uitgebreid. Een boeiend verhaal, inspirerend en confronterend tegelijk.

“De zelfstandigheid en het ondernemersbloed ben ik nog niet verloren.”

“Ik was geen studiebol”, vertelt René. “Ik wilde graag een motor en ging al jong werken om te sparen. Toen zag ik een kleine advertentie in de krant: ‘Franse bakker gezocht’. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Het was een klein bakkerijtje in Ridderkerk. Ik kon heel goed opschieten met de directeur. Na mijn militaire dienst vroeg hij me terug. Ik werd toen vertegenwoordiger. In die periode kwam stokbrood in de markt. Ik verkocht oventjes, maar was ook accountmanager, verkoopleider en formulemanager. Niet lang daarna was de eerste Délifrance in Nederland een feit, in Gouda. Mijn vrouw en ik zijn samen een zaak in Delft begonnen. Ik startte daarna twee zaken in Dordrecht, en verschillende andere horeca-activiteiten.”

René werkte veel, doordeweeks in loondienst en in het weekend voor zijn eigen ondernemingen. Hij was op dat moment verzekerd van een zorgeloos pensioen. “Ik zag het helemaal voor me: een mooi huis en een donkerblauwe Porsche Carrera voor de deur.”

René staat op om koffie te maken. Ik kijk rond naar de vele ingelijste foto’s in de kamer. “Ben je een familiemens?” vraag ik. Uit de keuken klinkt een volmondig “ja”. René heeft het erg moeilijk gehad tijdens de scheiding. “Mijn wereld stortte in. In die tijd ging het financieel ook steeds slechter. Ik had rechtszaken gevoerd met een projectontwikkelaar die de ondernemers in het Drievriendenhof kwam vertellen dat iedereen eruit moest. Een vervelende gebeurtenis waardoor ik ook veel inkomsten verloor. Mijn tegenslagen hadden een sneeuwbaleffect.”

“Ik zag het helemaal voor me: een mooi huis en een donkerblauwe Porsche Carrera voor de deur.”

Niet alleen op zakelijk gebied moest René tegenslagen verwerken. Per toeval werd een tumor ontdekt in zijn long, waarna een slopend medisch traject volgde. Hij is sinds kort weer thuis.

“Morgen komt mijn hondje na vier maanden weer thuis. Die heeft gelogeerd bij een goede vriend. Die vriend heb ik leren kennen bij de voedselbank. Dat is dan weer heel leuk, dat ik daar een goede vriend aan over heb gehouden. Ook de inloopdagen bij Quiet zijn heel gezellig. Ik heb een keer een quiz gewonnen en ik mocht een wens doen van Quiet als prijs. Ik heb toen gevraagd of mijn analoge films gedigitaliseerd konden worden. Dat is gebeurd, ik ben er echt zo ontzettend blij mee.”

Ik vraag of hij iets anders zou doen als hij zijn leven over mocht doen. René denkt even na en zegt: “Ik heb té veel gewerkt en roofbouw gepleegd. Ik heb misschien fout gegokt in mijn leven, maar ik heb ook heel vaak goed gegokt. Ik heb veel ondernomen en veel ervaringen opgedaan.”

“Wat zou je anderen willen adviseren, René?”

“Niet te veel hooi op je vork nemen, beter luisteren naar adviezen en regelmatig bijtanken.” Een krachtige afronding van een boeiend gesprek.

Tekst en fotografie:Ginet Balistreri