Shirley verwerkt haar trauma’s één voor één

Dat een ongeluk nooit alleen komt, is een gedachte die al eeuwen door onze cultuur spookt. In het leven van Shirley Karijad werd het spreekwoord op ellendige wijze tot realiteit. Maar in het verlengde ervan deed een ander spreekwoord opgeld: geen ongeluk zo groot, of er is een geluk bij.

TEKST: NICK J. SWARTH
FOTO’S: ROOS PIERSON

Shirley (66) werd geboren in Suriname. Haar ouders waren moslims van Indonesische komaf, vader werkte bij bauxietproducent Suralco. Ze trouwde in Suriname, maar met het oog op een betere toekomst verhuisde het gezin naar Aruba. Het werd gezegend met vier kinderen; een zoon en drie dochters. Begin deze eeuw kwam het tot een scheiding. Twee jaar later vertrok Shirley naar Nederland. De dochters kwamen mee. De oudste ging hier studeren, de jongste woonde nog thuis. Op het moment dat het ongeluk toesloeg werkte Shirley als doktersassistente. Ze kreeg steeds meer last van haar knie en werd in 2006 arbeidsongeschikt verklaard. Haar armoedeval volgde het gebruikelijke traject: na twee jaar WW-uitkering viel ze terug in de bijstand, minder dan de helft van het salaris dat ze genoot toen ze nog werkte. Het zwaarst drukten de vaste lasten. Huur, gas, elektra en water dienen maandelijks te worden voldaan, of je nu geld hebt of niet. In korte tijd bouwde ze een schuld op van 10.000 euro. De ene na de andere aanmaning viel in de brievenbus. Ze werd letterlijk ziek van de situatie, niet in de laatste plaats dankzij het diepe gevoel van schaamte dat zich van haar meester maakte.

“Ik schaamde me tegenover mijn collega’s toen ik ontslagen werd”, vertelt Shirley. “Ik schaamde me ook tegenover mijn buren. Als ze me zien en ik moet uitleggen dat ik in een uitkering zit… De jongste woonde nog bij mij toen ik mijn werk verloor, maar met de kinderen sprak ik ook nooit over de armoede. Zo is die val dichtgeklapt, ik hield het geheim.” Omdat ze de buitenwereld niet tegemoet wilde treden vanachter een masker sloot ze zichzelf op in haar huis. “Als de maatschappelijk werkster kwam trok ze de gordijnen open. Als ze weg was trok ik ze weer dicht. Maar ik verkeerde voortdurend in tweestrijd, want ik kan niet thuis zitten…”

Tot haar geluk vond ze werk. “Ik heb een medische achtergrond, en dat kwam bij die functie goed van pas. Er waren zes sollicitanten en ik was de gelukkige!” Ze had weer werk en een vast inkomen, maar dat geluk was van korte duur. Na drie maanden begon haar baas haar lastig te vallen. Op een dag waren ze onverwacht alleen op de werkplek en kon Shirley geen kant op toen hij zich aan haar opdrong. “Het is me allemaal in een waas overkomen, het ging allemaal zo snel. Hij heeft me misbruikt, waardoor ik helemaal ben verdronken. Bovendien bleef hij me bellen en stalken.”

Zelfverwaarlozing

Alsof hij zijn schuld wilde afkopen gaf hij haar geld: 50 euro. Shirley zat ermee in haar maag, maar vond er toch een goede bestemming voor. “Ik doneerde het met kerstmis aan arme mensen, als een goede moslima. Met kerstmis maak je een mandje met spullen, dat is een traditie. Je geeft het aan de minstbedeelden. Ik gaf het aan een alleenstaande moeder met kinderen.”

Opnieuw was er de diepe schaamte, de angst dat mensen van haar gezicht zouden aflezen wat er was gebeurd. “Ik kon het niet verwerken,” zegt Shirley. Ze gebruikt een glashelder beeld om duidelijk te maken hoe slecht ze in haar vel zat: “Ik was als een prop. De zelfverwaarlozing, dat was het ergste. Niet ontbijten, niet lunchen. Ik raakte nog verder getraumatiseerd, kreeg PTSS. De huisdokter verwees me toen naar de GGZ.”

PTSS staat voor ‘posttraumatische stressstoornis’, een psychische kwaal die je kunt opdoen na een ernstig lichamelijk letsel of een bedreiging van je lichamelijke integriteit. De symptomen kunnen hevig zijn. Slaapproblemen voeren tot concentratieproblemen, last van prikkelbaarheid en soms zijn er woedeaanvallen. Wat er is gebeurd wordt herbeleefd en situaties die herinneren aan het gebeurde worden vermeden. Iemand met PTSS is dus erg op zijn hoede, vaak overmatig waakzaam en schrikachtig. Een logisch gevolg is dat je vastloopt in het dagelijks functioneren, dat je niet meer tot werken in staat bent of bijvoorbeeld moeite hebt met het onderhouden van relaties en zoiets simpels als boodschappen doen.

Stapje voor stapje

Voor Shirley was het zaak de prop weer open te vouwen, het inmiddels danig gekreukte blad weer glad te strijken. Haar opleiding tot doktersassistente kwam daarbij goed van pas. “Ik zocht zelf hulp. Medicijnen heb ik geweigerd. Medicijnen zijn op zich goed, maar de bijwerkingen, dat deed ik mezelf liever niet aan. Ik had het geluk dat ik al die jaren dezelfde maatschappelijk werkster had. Dat is ook nodig bij zo’n trauma. Je kunt dan niet jaarlijks veranderen van maatschappelijk werker. De gemeente gaf me alle zorg die ik nodig had.” Stapsgewijs herstelde ze. “Is zo hè, je hebt fasen. Ik heb soms nog een paniekaanval”, geeft ze toe. “Laatst vroeg iemand: hoe is die knop bij jou weer omgedraaid? Dat is een goeie vraag. Ik ben aan het kruimelen, het gaat beetje bij beetje. Er zijn nog steeds dagen dat ik me niet goed voel. Dan is er agressie. Ik leg het lepeltje niet in de afwasmachine, maar gooi het!”

Haar vertrouwen in de mensheid, en dan vooral de mannelijke helft ervan, behoefde eveneens herstel. “Na elf jaar durf ik weer een jurk te dragen. Lange tijd droeg ik alleen lange broeken. In een jurk is een man zó bij je. Als ik een lange broek had aangehad, was het niet gebeurd”, zegt ze peinzend. “Jarenlang kon ik mannen niet aankijken. Vooral lange mannen niet. Ik bleef op een afstand. Als mensen zeiden: wat zie je er mooi uit, dan geloofde ik gewoon het niet. Maar naarmate ik zie dat mensen het menen, kan ik het geloven. Vertrouwen in mensen geeft een goed gevoel. Zo wordt de last die je hebt minder en minder en minder.”

Veilig gevoel

Ze werd bij Quiet aangemeld door haar maatschappelijk werkster. Aanvankelijk kon ze het niet aan om zich te vertonen in een groep. Wat hielp was de indicatie voor de deeltaxi. Ze werd van deur tot deur heen en teruggebracht. Haar Quiet-doop herinnert ze zich haarscherp. “Op 8 januari 2018 heb ik de stap gezet. Dat was nog in de Boomstraat. Het was heel druk. Het nieuwe jaar was net begonnen. Iedereen had er na de feestdagen weer zin. Aan een lange tafel zaten we tegenover elkaar. Ik zat daar maar met mijn handen tussen mijn benen. Ik kruip weg onder de tafel, dacht ik. Maar ik werd goed geholpen door de vrijwilligers, die stelden mij enorm op mijn gemak.” Na vier inloopochtenden voelde ze zich als een vis in het water. Ze luisterde naar de verhalen van anderen. “Als je denkt dat het al erg met jou is, met anderen is het erger! Ik ben niet de enige. Dat geeft een veilig gevoel”, concludeert ze nuchter. Via de Quiet kwam ze terecht bij Het Kiemuur, een wekelijkse, laagdrempelige bijeenkomst in de wijk. Iedereen die behoefte heeft aan ondersteuning, advies of een praatje kan er terecht. Er is geen wachtlijst en een verwijzing is niet nodig. Het Kiemuur wordt geleid door ervaringsdeskundigen en vrijwilligers met veel ervaring. Shirley ging bij het team van Het Kiemuur Kookt. De groep was niet zo groot. “Vijf mensen, dat durfde ik wel aan. Ik moest precies weten wat er gebeurde”, vertelt ze. Van het een kwam het ander, want koken is haar lust en haar leven. “Eerst was ik deelnemer, nu ben ik medewerker. Ik kook op maandag en donderdag. Ik heb een wereldreis gemaakt”, zegt ze met een verwijzing naar alle plaatsen op de aarde waar ze ooit woonde. “Ik ken alle smaken!”

Poster girl

Over wat Quiet betekende voor haar en de kwaliteit van haar leven kan ze alleen maar praten in superlatieven. “Dat ik voor mezelf kan opkomen, is te danken aan Quiet. Het is mijn tweede huis. Ik kan het niet meer missen. Ik heb er mijn eigen plek gevonden. Dit is van Shirley”, zegt ze opgetogen. Het uitvouwen van de prop gaat onverminderd door. Kreukel na kreukel vouwt ze weg. “Ik durf weer afspraken te maken. Mensen thuis uitnodigen nog niet. Daar werk ik aan. Laatst zei een buurvrouw: Shirley, wat ben je mondig geworden! Ik kook soms voor ze, want ik kan goed met mijn buren opschieten, maar ze komen niet bij mij binnen. Ik zeg dan dat het bij mij te rommelig is. En dan neem ik het eten mee naar hen.” Na zelf zo’n beetje te zijn opgekrabbeld voelt ze de behoefte om iets te doen voor anderen. Dus toen Quiet zocht naar ervaringsdeskundigen borrelde bij de voormalige doktersassistente het gevoel van dienstvaardigheid en zorgzaamheid meteen weer op. “Ik heb me aangemeld. Ik wil wat terugdoen. Mensen schamen zich. Ze verbergen zich. Maar daar genees je niet van. Je moet je openstellen. Dat heb ik gedaan. O god, als jij het kunt, Shirley, dan kunnen anderen het ook! besefte ik.”

Op 17 oktober was het Wereldarmoededag. Zoals elk jaar lanceerde Quiet een campagne om aan de stad duidelijk te maken wat de community kan betekenen voor mensen in armoede of een sociaal isolement. Shirley werd de blikvanger van deze campagne, zeg maar de ‘poster girl’, die op tal van plaatsen de Tilburgers tegemoet straalde en nieuwsgierig maakte naar haar verhaal. Nu is het zover; iedereen mag weten wat haar heeft neergedrukt. Maar vooral ook hoe zij uit het diepe dal is geklommen.

Anderen helpen

“Ik wil mijn ervaringen delen en andere mensen de moed geven om sterk in hun schoenen te staan. Ik wil mijn verhaal vertellen aan mensen in armoede, die PTSS hebben of gekwetst zijn. Ik wil ze helpen zichzelf open te stellen.” Ook in haar eigen leven gaat dit proces door. Ze kwam van ver, is trots op wat ze heeft bereikt. ‘Hmm, Shirley gaat vooruit’, denkt ze als ze weer een hindernis heeft genomen. “Vroeger zagen mensen me alleen maar zo”, zegt ze en trekt haar mondhoeken naar beneden. “Nu zien ze me weer lachen. Vanbinnen en vanbuiten. Ik wil niet terugkijken, niet terugvallen. Ik wil niet alleen groeien, maar ook bloeien! Mensen helpen en ze blij maken. Weet je wat het met je doet vanbinnen, als je blij wordt gemaakt?”