Tekst & fotografie: Ginet Balistreri

Een warm onthaal krijg ik van de beleefde, ietwat onzekere man. Uit veiligheidsoverwegingen noem ik hem Max in dit verhaal. Het is te risicovol om herkenbaar zijn verhaal te doen. Niet alleen voor hem, maar ook voor zijn familie in Syrië, een land dat al sinds 2011 in oorlog is. Pas in 2015 besluit Max het land uit te vluchten. Met open mond en rillingen over mijn rug luister ik naar zijn ervaringen. Wat heb ik het gruwelijk goed vergeleken met deze mensen, denk ik met het schaamrood op mijn kaken.

“Ik had drie baantjes”, antwoordt Max op mijn vraag wat hij deed voor de kost. “Ik was leraar Engels, tourgids en tolk. Ik hield van mijn werk. Hier zal ik een simpel baantje moeten gaan zoeken. Waarvoor ik geleerd heb komt hier niet van pas. Ik heb een tijdje als gids gewerkt in het Tropenmuseum in Amsterdam, bij een tentoonstelling over Syrië. Ik moest wel even slikken bij de foto’s van hoe het voor de oorlog was en hoe het er nu is. Ook was ik bang dat een aanhanger van het regime aanwezig was en mij iets verkeerds hoorde zeggen. Begin dit jaar had ik dagbesteding, productiewerk, maar sinds de coronacrisis ligt dat stil. Ik wil graag weer aan de slag. Misschien als chauffeur. Mijn Syrische rijbewijs is hier niet meer geldig. Ik ben bezig om hier een geldig rijbewijs te halen. 

Max houdt van zijn land van herkomst, maar het is in Aleppo gewelddadig en corrupt. “Mensenlevens  doen er niet toe in Aleppo. De salarissen zijn rond de veertig euro per maand. Het is onmogelijk om rond te komen. Mensen staan overal uren in de rij, voor brood, benzine, eerste levensbehoeften. Soms wachten ze een hele dag. Er heerst een angstcultuur. Wie slecht spreekt over de president wordt gevangen genomen of geliquideerd. Van gevangenen weet niemand waar ze zijn en of ze nog leven.“

 

“Ik heb het gered, maar een groot deel van die zestig man niet”

 

Ik vraag aan Max wat doorslaggevend was om uiteindelijk zijn land te verlaten. Hij staart door het raam en beschrijft het moment van zijn besluit: “Ik zat in mijn kamer toen een kogel door het raam vloog en rakelings langs mijn gezicht in de muur achter mij belandde. Na vier jaren oorlog zijn explosies en knallende vuurwapens om je heen niks nieuws meer. Maar die kogel door mijn raam, die miste mijn gezicht maar raakte mijn hart. Mijn hart zei me dat nu zelfs mijn huis geen veilige plek meer was. Het land uitvluchten was ook levensgevaarlijk. Je hebt vijftig procent kans dat je het niet overleeft. Ik reisde met zestig man in een bootje dat voor twintig man geschikt was. We hebben kleding en spullen overboord gegooid om gewicht kwijt te raken. Uiteindelijk zonk de boot en moesten we het laatste stuk zwemmen. Ik heb het gered, maar een groot deel van die zestig man niet.”

 

Ik heb spullen en tegoedbonnen voor boodschappen en de kapper gekregen, maar ook aandacht en begrip.

 

Max is dankbaar voor de hulp van COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) en hulporganisaties zoals Quiet Drechtsteden. “Ik heb spullen en tegoedbonnen voor boodschappen en de kapper gekregen, maar ook aandacht en begrip. Het is belangrijk te weten dat mensen om je geven.” Deze woorden verstommen me even. Erg onder de indruk stel ik mijn laatste vraag: “Wat is op dit moment het allerbelangrijkste voor jou?” Max kijkt me aan. “Zolang het niet veilig is in Syrië moet ik hier leven. Ik mag nog elf maanden in deze woning blijven. Mijn grootste zorg is op tijd een eigen woning vinden. En ik wil graag een baan. Dat zijn de twee belangrijkste dingen.”

Wie dit leest en iets weet voor Max, geef maar een gil!