In de Volkskrant van 28 oktober schreef Marjon Bolwijn onderstaand verhaal over onze member Hanny Heuvelink. Zij vertelt hoeveel troost mensen in een armoedesituatie kunnen ontlenen aan hun huisdieren.

TEKST: MARJON BOLWIJN/DE VOLKSKRANT

Dit verhaal gaat over een ongemakkelijke en misschien ook wel onbehoorlijke vraag. Een vraag die bij confrontaties met armoede in Nederland blijft terugkeren, maar die ik nooit heb durven stellen. Dus trek ik maar eens de stoute schoenen aan, op zoek naar een antwoord. Waarom hebben veel Nederlanders in armoede, al of niet met een berg schulden, een hond? Of een hele zwik andere huisdieren? Waarom bijten ze liever op twee houtjes dan te bezuinigen op kattenbakgrit, hondenvoer en de dierenarts? Daarbij gesteund door een veelzeggend aantal van 44 voedselbanken voor huisdieren in arme gezinnen.

Huisdieren staan, met de auto en roken, in de top-3 ‘ingewikkeldste bezuinigingsposten’ voor schuldhulpverleners om bespreekbaar te maken bij hun cliënten, weet schuldenexpert Nadja Jungmann van de Hogeschool Utrecht. Wie langdurige stress heeft door geldzorgen, hecht aan wat hij bezit en heeft moeite met beslissingen voor de langere termijn, zegt ze.

Diep gekwetst

Hanny Heuvelink wil het verbond tussen arm en huisdier wel uit de doeken doen. De 54-jarige bijstandsmoeder woont met haar vijf katten, twee ratten, parkieten en een konijn in Tilburg. Een paar jaar geleden had ze ook nog een ‘joekel’ van een hond en een schildpad in haar bescheiden, gezellig ingerichte huis, maar die zijn van ouderdom gestorven. De jongste van haar drie kinderen is dit voorjaar uitgevlogen. Hanny zit al vier jaar in de schuldsanering en leeft sindsdien van zeventig euro in de week. Een kwart gaat op aan de beestenboel.

 

‘Die hond en katten kunnen eigenlijk niet,’ kreeg zij al bij de eerste afspraak te horen van haar schuldhulpverlener. Diep gekwetst voelde Hanny zich. ‘Je zegt toch ook niet: doe maar een paar kinderen weg?!’ Bovendien bepaalt ze zelf wel waarop ze bezuinigt om uit de schulden te komen. Dan maar minder vaak naar de kapper. Ze kan ook wel een paar jaar zonder Netflix, een telefoonabonnement en nieuwe kleren. En liever eet ze twee avonden in de week brood of kale macaroni dan dat ze ook maar één van haar tien beesten de deur zou wijzen.

Kopjes geven en kroelen

Ze snapt dat buitenstaanders denken: bezuinig toch op de dieren, dan heb je het wat ruimer en ben je sneller van je schulden verlost. Ze kent mensen in de bijstand die zijn gezwicht voor de druk van de schuldhulpverlening, uit angst anders geen hulp te krijgen. Maar Hanny is niet het type dat zich omver laat blazen.

Haar dieren zijn haar ‘alles’. De katten, vertelt ze, voelen haarfijn aan als ze verdriet of stress heeft, zoals de nerveuze uren voor mijn komst. Ze komen haar dan kopjes geven en springen op schoot ‘om te kroelen’. Het getsjirp van de parkieten vrolijkt haar op. Net zoals het gekietel van de ratten in haar hals. Niets is troostrijker dan een huisdier, zegt Hanny. Haar ideale gezelschap in huis. Dieren geven geen commentaar, stellen geen rottige vragen en kijken niet in haar portemonnee.

Voor haar kinderen gold hetzelfde verhaal toen ze nog thuis woonden. Twee van de drie werden op school wel eens gepest, omdat ze klein van stuk waren en flaporen hadden, kenmerken van het zeldzame Syndroom van Noonan. Dan kwamen ze thuis en wachtte daar een blije hond ze op, en niet oordelende katten om mee te spelen.

Krijgertjes

Veeleisend zijn haar dieren niet. ‘Ze zijn allemaal vegetarisch’, grinnikt Hanny. Dat drukt de kosten al behoorlijk. De katten zijn tevreden met de goedkoopste brokjes die er te vinden zijn. Het konijn krijgt korrels en deelt ’s avonds in de groente op Hanny’s bord. En er is het geluk dat Tilburg dierenartsen kent die mensen met een krappe beurs een luttel bedrag vragen voor een noodzakelijke behandeling.

Aanschafkosten had Hanny niet, want al haar dieren zijn ‘krijgertjes’. Dan hoorde ze via via of las ze op Facebook over een overleden baasje en familieleden die met zijn katten in hun maag zaten. Of over een konijn waar de eigenaar niet meer voor kon zorgen. ‘Breng maar bij mij,’ zei ze dan. En daar kwamen ze.

Nooit alleen

Elke avond zit Hanny op de bank, onder een deken, kaarsen aan, met vijf katten om haar heen. Zo voelt ze zich nooit alleen. Nog een jaar, en dan heeft ze haar schulden afgelost, verwacht ze. Met behoud van haar troostdieren. Hanny draait een sjekkie en begint zich te ontspannen. Haar beige kater Mogwai springt op tafel en polst hoe zijn vanochtend zo zenuwachtige baasje het nu maakt. Hij geeft Hanny kopjes en zij streelt zijn vacht, zacht en dik als een hoogpolig tapijt. Hoe Mogwai aan zo’n fraai uiterlijk komt, vraag ik. ‘Elke week een geklutst eitje.’