Quiet over Guido

Eind januari moesten wij helaas afscheid nemen van onze twee stagiairs. Een van hen was Guido. Via zijn studie Social Work aan de HAN mochten wij van september tot januari met hem samenwerken.

Nu staan stagiairs er om bekend dat ze vooral ingezet worden voor het halen van koffie. Maar Guido kan het dan ook echt. Waar ik een ongeveer-zoiets-scheppen koffie en een dit-lijkt-me-prima-hoeveelheid water gebruik en dan maar hoop dat het (liefst drinkbare) koffie oplevert – of wacht totdat iemand anders het aanbiedt – weet Guido als een van de weinigen wél hoeveel koffie er in het apparaat moet. Daarom werd hij al snel onze favoriete koffieman.

Tussen dat koffiezetten door deed hij uiteraard ook veel werk dat wél bij zijn opleiding paste. Hij werkte de afgelopen maanden op allerlei manieren met onze members: ze bellen, hen aanspreken bij de voedselbank, producten aan hen uitdelen, ze begeleiden naar Beekse Bergen, noem maar op.

We vroegen aan hem hoe hij de afgelopen maanden had beleefd.

 

Guido over Quiet

Ik kwam bij Quiet via school. We moeten het hele jaar door stage lopen. Daarvoor hebben ze een soort online prikbord. Hierop kunnen stageplekken zich aanmelden.
Ik zocht eigenlijk iets met een andere doelgroep: bij social work denk je toch meer aan begeleiding. Maar een beetje ten einde raad omdat niets werkte met mijn stagedagen dacht ik ‘nou ja, dat klinkt eigenlijk ook wel goed’. En het was ook nog in Nijmegen. Toen heb ik gemaild en ben ik op gesprek geweest. En uiteindelijk werd ik gekozen.

De eerste dag

De eerste dag werden we [Guido en Naomi, onze andere stagiair, red.] meteen overal bij betrokken. We mochten overal bij komen zitten. Ik heb ontzettend veel opgeschreven: ik wilde alles onthouden.

We wilden als social workers vooral zo veel mogelijk contact met de doelgroep: mensen in armoede. Dus kwamen we in het memberteam. Wij waren het belteam.
Toen we geleerd hadden hoe het dashboard* werkte, zijn we members gaan bellen. Dat was in het begin wel eng: vreemden bellen. Naomi heeft me toen heel erg aangemoedigd.
Uiteindelijk moesten we mensen ook om persoonlijke informatie vragen. Dat was de eerste keer dat ik om moest gaan met gevoelige informatie. Ik zei wel vooraf dat ik wat persoonlijke vragen ging stellen en vroeg of ze dat goed vonden. Verder dacht ik “oké, ik vraag het gewoon. Ik probeer er niet zo’n groot ding van te maken. De hele wereld hangt er niet vanaf.” Ik kreeg eigenlijk alleen maar goede responses.

Ik merkte dat mensen ook wel blij waren als je contact met ze maakte omdat ze dat niet altijd evenveel hebben. Ik heb een aantal keren wel een wat langer gesprek gevoerd, niet alleen over Quiet. Het voelde wel fijn dat mensen zich zo konden openstellen voor iemand die ze totaal niet kenden en persoonlijke verhalen deelden. Ik denk dat komt door onze positie: mensen vertrouwen ons omdat we ze hulp bieden.

*Het dashboard is het platform dat wij gebruiken om members aanbiedingen aan te bieden, red.

Buitenactiviteiten

Naast het bellen hebben Naomi en ik onder andere een uitje naar Beekse Bergen georganiseerd. Dat vonden onze stagebegeleiders van school wel leuk: we zaten allebei nog geen drie maanden op de studie en toen mochten we ineens 30 mensen gaan begeleiden. Echt een groot ding: toen werden we sociaal werkers.
Dat was superleuk, ook voor die kinderen. Dat je ze dat kan geven.

Vooral de dankbaarheid viel op. Die kwam overal terug. Mensen willen ook heel graag iets terug doen.
Ik vond het fijn om duidelijk te maken dat ze niks terug hoeven te doen. Dat ze geen tegenprestatie hoeven te leveren. Ik kan me voorstellen dat mensen die in de schulden zitten of geen werk hebben, heel vaak een tegenprestatie moeten leveren, zoals bijvoorbeeld solliciteren. Dus ik denk dat het voor hen ook fijn was om iets te krijgen zonder daar iets voor te hoeven doen.
Ik merkte dat het voor de meeste mensen ook wel raar voelde. We zijn er hele erg aan gewend geraakt dat je iets niet zomaar kunt krijgen. Dat je er altijd iets voor moet doen en alles heeft een staartje. Dit is heel anders dan wat mensen gewend zijn. Ze waren er bijna van in de war.

Op zoek naar members

Wat me ook veel over de doelgroep leerde was het werven van nieuwe members bij de voedselbank.
Ik had op school wel geleerd over de voedselbank, maar ik was er nog nooit geweest.
Maarten van de ontmoetingskerk vroeg of ik met de koffiekar rond wilde gaan. Dat was win-win, dan kon hij op andere dingen letten en kon ik makkelijk mensen aanspreken.
(Ik zei toch dat hij goed met koffie was, red.)
De vrijwilligers daar zijn er duidelijk graag: niemand staat met een murw gezicht, ze willen daar echt zijn.
Terwijl de mensen die eten kwamen halen… je merkte dat niet iedereen even blij was. Je gaat daar niet voor je lol naartoe. Dat merkte je: een soort sfeertje. Licht gespannen, laten we het maar gewoon gedaan hebben. Ik denk toch dat mensen niet echt gezien willen worden. Het is ook best dicht bij het winkelcentrum daar. Dus er waren ook daarbuiten veel mensen.

Ik kan me voorstellen dat je daar niet herkend wil worden, want mensen hebben toch wel vaak een negatief beeld van mensen die in armoede leven. Omdat we natuurlijk zo’n soort samenleving hebben gebouwd met het idee: als je werkt, zou je geld moeten hebben. Dat betekent ook meteen dat als je geen geld hebt, je niet werkt. We stellen werk gelijk aan geld, wat heel naar is. Daarmee heb je een heel zwart-wit beeld: het gaat slecht dus je werkt niet. Daarom willen mensen soms niks met mensen in armoede te maken hebben. Terwijl het juist hele leuke, verschillende mensen zijn. Het enige wat ze gemeen hebben is dat ze allemaal in armoede leven. En het zijn echte Nijmegenaren.

Nijmegen

Ik heb nu ook veel meer een beeld van welke wijk waar ligt en wat voor wijk het is. Terwijl ik dat normaal niet had. Als ik bedenk hoe ik vroeger keek naar de Hatert bijvoorbeeld dan had ik altijd best een negatief beeld daarover. Dat hoeft helemaal niet. Al mijn contacten met mensen uit die wijken waren altijd positief en daarom is mijn beeld van zo’n wijk ook wel positiever geworden. Uiteindelijk weet je een beetje wie waar woont. Wie buren zijn. Dat soort dingen. Dan ga je toch een beeld vormen. Maar dan op een hele positieve manier.
Ik was heus wel empathisch genoeg om door te hebben dat dat soort stereotypes niet waar zijn. Maar ik ben wel blij dat ik dat zelf heb kunnen ervaren. Dat ik dat direct heb kunnen zien.

Ik denk dat het voor heel veel mensen heel betekenisvol kan zijn om te leren over deze doelgroep. Vooral omdat er denk ik, zeker ook in sociaal werk, overheen wordt gekeken. Dat deed ik ook in het begin. Het is zeker maatschappelijk werk. Veel mensen hebben dat misschien niet door omdat je dan meteen een beeld hebt van begeleider zijn. En dat hoeft denk ik niet. Dat kan als je wil. Moet je zeker doen. Maar er is veel meer dan alleen dat. En ik ben wel blij dat ik dat heb kunnen meemaken. Ik denk dat als ik zo’n soort stage niet had gehad ik wel echt iets had gemist. Alleen al wat ik versta onder het begrip maatschappelijk werk. Als ik de dingen had gedaan waarvan ik dacht dat het alleen sociaal werk was, dan was dat beeld ook nooit verandert. Dan had ik dat nooit verbreed.

Ik denk dat dat voor iedereen heel leerzaam kan zijn.