Members en hun kinderen, hadden de dag van hun leven, dankzij het Gevangenismuseum Veenhuizen. Opgehaald met de boevenbus, een vijftig jaar oude Volvo, bestuurd door Anne, ging de reis naar het Museum.

Tekst: Arnold de Meijer

Educatief medewerker Inge vertelde:  ‘In het achterste gedeelte zaten de gewapende bewakers en ook naast de chauffeur zat een bewaker. De bus werd gebruikt om gevangenen van en naar hun werk te brengen.’

Op het juiste spoor

In het museum deden de members mee aan een speurtocht. Om een en ander goed te kunnen doen kregen de members een oranje rugzak met allerlei benodigdheden. Via een route langs de vitrines, vol allerlei afschuwelijke martelwerktuigen en het uitvoeren van allerlei opdrachten om woorden te vinden, kwamen zij aan het eind van de tocht met de slotzin: ‘was je handen niet in onschuld.’ Soenita en Talicia,  beginnende pubers hadden de speurtocht natuurlijk sneller dan wie ook voor elkaar. Ook de ouders lieten zich meeslepen en waren algauw net zo betrokken bij de speurtocht als hun kinderen.

Friet

Het afsluitende maal was een groot succes. In kleine frituurmanden werd friet geserveerd met een snack naar keuze en niet te vergeten verschillende sauzen. Een waar feestmaal.

Stralende glimlach

Voor de meesten was het wel een aparte ervaring. Jahnairo liet zich door zijn moeder met voetketenen boeien en in een slaapkooi opsluiten. Zijn commentaar:  ‘k Vind mijn eigen slaapkamer toch mooier.’ Bovendien was hij erg onder de indruk van de bus en kon het erg goed vinden met buschauffeur Anne. Niet alleen mocht hij tanken, maar aan het eind kroop hij ook nog achter het stuur en toeterde. ‘Jij wordt vast later een hele goede buschauffeur,’ meende Anne. Met een stralende glimlach ging Jahnairo samen met zijn moeder naar huis. Zijn dag kon niet meer kapot.