Als we de kapperszaak Average Joe’s Barbershop aan het A-kerkhof, net achter de Korenbeurs, binnenstappen, vallen we van de ene verbazing in de andere. Geen cleane gelikte kapperstafels, maar een kappersstoel uit 1930. Met draaibaar kussen. Het heeft meer iets van een thuiskapper.

Tekst: Arnold de Meijer

‘Daar streef ik naar,’ vertelt Melvin Messak (32) die acht maanden geleden met deze kapsalon is begonnen. ‘Op dit moment is dit mijn ding. Ik doe iets gemiddeld 5 jaar en dan ga ik op zoek naar wat anders. Ik heb hiphop gedanst, dansleraar geweest en straatfotograaf. Zolang ik het leuk vind doe ik het en dan zoek ik een nieuwe uitdaging. Als het maar bij mijzelf blijft.’

 

Uniek of toch niet

‘Kijk, in deze tijd wil iedereen uniek zijn. Daardoor wordt het unieke weer gemiddeld. Het maakt mij niet uit of ik al dan niet uniek ben, waar het om gaat is dat het authentiek is, echt en oprecht. De naam van mijn zaak is eigenlijk een statement daarover. Toen ik hier pas zat kwam ik in contact met een dakloze man. Ik heb hem geknipt en als betaling krijg ik van hem schaakles. Ik zie hem veranderen. Hij kleedt zich beter, verzorgt zichzelf goed, kortom hij heeft weer een doel in het leven. Misschien heb ik daar een bijdrage aan geleverd, dat weet ik niet, maar het is mooi dat het zo gaat.’

Delen

‘We zeggen altijd dat iedereen er toe doet in de samenleving, maar dat samen is wel heel individualistisch. Ik heb een inwendige motivatie om anderen te helpen. Alles wat je hebt boven hetgeen waar je tevreden mee bent kun je ook delen. Vandaar ook mijn aanbieding voor Quiet members: elke eerste maandag van de maand een gratis knipbeurt met portretfoto.

Huiskamer

‘Mijn winkel kenmerkt zich door contrasten en prikkels. Zo is de ene helft van het plafond wit en de andere helft zwart. Mijn interieur is niet echt gelikt, maar straalt wel de warmte van een huiskamer uit. Buiten de deur is het, en hebben mensen het, altijd druk. Hier in mijn stoel kunnen ze even op adem komen. Ik mag aan ieders hoofd zitten, alle afstand valt dan weg. Daar ontstaan goede gesprekken en dat vind ik fijn. Mensen zijn mijn passie. Er zitten daklozen en directeuren in mijn stoel, maar ik knip ze allemaal met dezelfde schaar en luister met dezelfde interesse naar hun verhalen.’