We willen de komende weken graag verhalen van members met jullie delen. Hoe ervaren zij de veranderingen in de samenleving door corona? En wat houdt hen op de been? Deze week deel twee van deze serie.

 

Tekst: Lotte de Schouwer

Daniëlle van der Klift: “Ik woon samen met mijn dochter van bijna 20. We hebben het goed samen, ook nu. Het botst eigenlijk niet tussen ons, als we irritatie voelen gaat een van ons gewoon even naar een andere ruimte. Ik ben ongeneeslijk ziek en vanwege mijn lage weerstand mag ik nu niet in de supermarkt komen. Ik ging elke vrijdag naar een woonvoorziening voor ouderen, waar ik op vrijwillige basis de lunch verzorg en de bewoners opvrolijk met een spelletje, babbeltje of een wandeling naar het winkelcentrum Dat kan nu niet. Het werk maakte dat ik me nuttig voel, iets wat na het verliezen van mijn baan door mijn ziekte ontbrak. Opeens zat ik thuis en in de bijstand. Gelukkig heb ik met urgentie een woning gekregen in het flatgebouw waar ook mijn moeder woont. Haar zie ik nu ook nog, maar wel op anderhalve meter afstand. We sturen elkaar handkussen.

De wandelingen met mijn hond zijn de enige momenten dat ik nog buiten kom. Als ik corona zou krijgen overleef ik het waarschijnlijk niet. Het klinkt misschien gek, maar ik ben niet bang. Ik ben al zo lang aan het vechten voor mijn gezondheid, ik heb die angst al overwonnen. Ik hou het vol door te relativeren. Ik ben blij dat ik mijn dochter bij me heb en dat ik haar serieus met haar studie bezig zie. Er zijn mensen die veel minder hebben. Ik geniet nu nog meer van de kleine dingen: een spelletje spelen op mijn telefoon, een boek lezen in de zon op het balkon.

Veel mensen ervaren de plotselinge verkleining van hun wereld als een schok, maar ik ben er al aan gewend. De pleister is er bij mij de afgelopen jaren al langzaam vanaf getrokken.”

 

 

Jelleke de Boer* : “Ik ben een alleenstaande moeder van een zoontje van vier. Ik heb een leuk huis, een leuke tuin en we doen veel dingen met z’n tweeën. Mijn zoontje zat net een maand op school toen corona uitbrak. De ochtenden besteden we nu samen aan zijn schoolwerk. Daar heb ik het behoorlijk druk mee. Ik heb geen laptop of tablet, dus hij moet alles op mijn telefoon doen. Dat is soms best lastig. Dan belt er bijvoorbeeld iemand en moet ik weer opnieuw inloggen. Ook wordt de telefoon erg warm, ik maak me zorgen over hoe lang hij het nog volhoudt. Omdat mijn zoon nog geen vijf is, kan ik geen bijdrage krijgen van Stichting Leergeld voor een laptop. Een printer heb ik niet, waardoor mijn zoon een thuisopdracht van de gymleraar niet kon doen. Ook knutselspullen heb ik doorgaans niet in huis, dus ik moest laatst naar de Action voor vouwblaadjes. Dat zijn wel dingen die het voor iemand die minder te besteden heeft lastig maken, maar het lukt allemaal nog.

Ik mis de uitjes die Quiet voorheen mogelijk maakte: een saunabezoek, de pannenkoekenboot, kaartjes voor NEC. Dat waren dingen waar je al een maand van tevoren voorpret van kon hebben, ik keek er echt naar uit. Ik kan nu niet meer naar de Vincentius Vereniging, waar ik wekelijks kwam om even een kopje koffie te drinken en te kletsen. Dan was ik er even uit. Verder verandert er voor mij niet heel veel. Ik had het er laatst nog met een vriendin over: eigenlijk weten wij niet beter. Wij gingen altijd al als uitje naar de speeltuin of een rondje fietsen met ons kind, want een dagje Efteling zit er echt niet in.

Uit mijn zoontje haal ik al mijn geluk. Ook al is hij nu wel drukker en plak ik hem soms het liefst achter het behang. Maar ik ben een alleenstaande moeder en ik ben altijd druk met mijn kind, dus dat ben ik wel gewend. Ik zal blij zijn als hij straks weer naar school kan en de kinderen daarna een normale zomervakantie kunnen hebben. Nu is het nog te doen, maar het wordt zwaarder. Ik kijk wel weer uit naar meer tijd voor mezelf.”

* niet haar echte naam