In de serie ‘verhalen van members’ deze week het verhaal van Natascha Farber.

Tekst: Corinne Heyrman

Natascha: “In deze onzekere tijd pin ik mij nergens aan vast. Met de jaren heb ik dat geleerd: wat komt, dat komt. Voor de lockdown zat ik al aan huis gekluisterd, door borderline, PTSS en problemen aan mijn heup, waardoor lopen moeizaam gaat. De dokters vinden maar niet wat het precies is en naar fysiotherapie kan ik niet, dat wordt niet vergoed vanuit mijn zorgverzekering. Ik slik pijnstillers en dat is wat ik kan doen. Door chagrijnig rond te lopen gaat het niet weg, dus probeer ik het zo goed mogelijk uit te zitten, een beetje zoals iedereen dat nu moet met corona.

Door corona stopten mijn therapieën en kon ik niet meer gaan sporten. Ik had net grote stappen gemaakt om mijn overgewicht tegen te gaan. Plots viel ik weer, alsof ik van de trap viel, enkele treden terug. Gelukkig had ik mijn zoon om me heen die me afleidde. Normaal verblijft hij in een begeleid-wonentraject, maar tijdens de lockdown woonde hij even terug thuis. We stonden samen op, ontbeten samen… Het was heerlijk. Voor hem zorgen was mijn therapie op dat moment, het bracht me veel trots en genoegdoening. Ik kon even diegene zijn die ik had willen zijn.

Volgende week wordt hij achttien jaar. Zijn verjaardag zal hij niet hier doorbrengen, maar in de zomervakantie gaan we het zeker vieren, aan een zwembad met een barbecue. We maken er een gezellig feest van. Hij volgt een automonteursopleiding, werkt, doet aan sport, dat maakt me ontzettend trots op hem. Zelf heb ik een miserabele jeugd gehad: mishandeling, opgroeien in pleeggezinnen. Ik heb genoeg meegemaakt en heb altijd gezegd: wat ik meegemaakt heb, zal hij niet meemaken.

Wat niet verandert door corona, is de armoede. Armoede blijft armoede. Ik hoorde dat mensen blij waren toen de kledingwinkels terug open gingen, voor mij maakt dat niets uit. Ik kan er toch niet naartoe. Wat ik voor de toekomst hoop, is dat de kloof tussen armoede en rijkdom niet zo gigantisch blijft als hij nu is. Dat de middenstand een beetje terugkomt. Dat mensen meer als mensen gezien worden, niet als hokje of nummertje. Het enige wat we kunnen doen, is hopen. Niet te druk over maken. Van je druk maken krijg je een hartstilstand, en je hebt maar één hart, dus ben ik er zuinig mee.”