We willen de komende weken graag verhalen van members met jullie delen. Hoe ervaren zij de veranderingen in de samenleving door corona? En wat houdt hen op de been?

Deze week: Bianca Wammes en Patrick Jansen

Tekst: Corinne Heyrman

Bianca:Normaal zou ik in juli een groot feest geven. Dat hadden we verdiend, mijn twee zonen en ik. In februari ben ik schuldvrij verklaard en veertig geworden, mijn moeder zou zeventig geworden zijn en is vijftien jaar geleden overleden. Het zou een herdenking en een viering tezamen zijn, in mijn tuin, samen met de mensen die altijd voor ons hebben klaargestaan. Ik ben er bang voor dat het feest niet door zal kunnen gaan. Dat we het zullen moeten uitstellen, in het slechtste geval naar volgende zomer. Dat is dan maar zo, een feest loopt niet weg.

Ik woon alleen met mijn jongste zoon van zes jaar. Mijn andere zoon is achttien en woont op zichzelf in Tilburg. Door deze situatie kan ik hem nu niet bezoeken, net als de rest van mijn familie die daar woont. Sinds corona merk ik hoe klein mijn sociale netwerk in Nijmegen is. Ik kan de trein niet inspringen en vrienden en familie bezoeken. Ik kan niet naar de sportschool. Er is weinig tijd voor mezelf, aangezien ik de volledige zorg over en scholing van mijn jongste zoon in handen heb. Als ik boodschappen moet doen, gaat hij mee. Hij hoest veel door zijn hooikoorts en dan voel ik de mensen naar ons kijken. Ik hoor het ze soms zelfs zeggen: ‘Laat dat kind thuis.’ De maatregelen sporen aan om alleen naar de winkel te gaan, maar ik kan mijn kind toch niet als een hond buiten aan de lijn laten wachten? En eerlijk gezegd kent hij de maatregelen soms beter dan de volwassenen op straat. Achterop de fiets wijst hij verbaasd de mensen aan en zegt: ‘Mama, die houden helemaal geen anderhalve meter afstand!’

Gisteren moest mijn zoontje voor school een portret maken. We hadden hier nog een schildersdoek liggen dat we ooit ergens tweedehands en gratis hadden opgehaald. Ik moest tegenover hem gaan zitten en goed blijven stilzitten. In uiterste concentratie heeft hij mij geportretteerd. Nadien liet hij me trots het schilderij zien. Ik zag een glimlachende vrouw en dat klopt ook. Ondanks tegenslag blijf ik altijd positief.”

 

 

Patrick: “Twaalf jaar geleden, ik ben onderweg naar het ziekenhuis. Ik ga de nietjes uit mijn buik laten halen van een acute operatie enkele weken ervoor aan een gat in mijn darmen. Althans, dat is het plan. Op 500 meter van het ziekenhuis scheurt mijn buik open. In het Duits heet dat een Platzbauch. Een platte buik, aangezien dat alles wat er in een buik hoort te zitten, op de grond valt. Ik heb geluk dat het zo dicht bij het ziekenhuis gebeurt, ze schieten me meteen te hulp.

Elke week herbeleef ik dat moment een aantal keer. Dan zie ik alles weer voor me, zit ik er weer middenin, waardoor ik niet meer kan werken. Ik was schilder, nu ben ik de jongste bewoner van een appartementencomplex met 50+-woningen. Samen met mijn mopshond en twee katten woon ik er en help ik de bewoners met boodschappen doen of andere klusjes. Of, dat deed ik. Sinds het virus in de lucht hangt, laat ik enkel nog de honden van de mensen uit. Ik maak zeker vier of vijf wandelingen per dag. Verder is het stil hier, iedereen blijft binnen. Er wordt geen koffie meer gedronken samen, geen voetbal meer bekeken samen, geen kaartje gelegd. Mijn zoon komt een paar keer per week langs en dan houden we ons aan de opgelegde afstand.

Ik ben geschrokken van het virus. Mijn hart is niet helemaal in orde, ik ben angstig dat ik het krijg. Ik ben pas 52 jaar en wil nog opa worden. Dus dan moet ik voorlopig maar even pas op de plaats maken. Met mijn mopshond aan mijn voeten, mijn katten op schoot, de televisie aan en een lekkere maaltijd. Ik hoorde dat er in Amerika al mensen van de wolkenkrabbers springen, dat mogen we hier niet laten gebeuren. We moeten er allemaal doorheen. Als alles weer normaal is en er geen besmettingen meer zijn, is het eerste wat ik doe mijn vrienden in de armen pakken. Ik zou zeggen: ‘We zijn er doorheen gekomen.”