Door Nikky Bergmans
Dit jaar bestaan de Veulpoepers 50 jaar. De band uit Hilvarenbeek is volgens oprichter Zjef Naaijkens ‘tegen het zuur en voor de gezelligheid en de noodzaak’. Naast hun nieuwe tour, Veulpoepers 3.0, zijn ze gestart met het project Feed the Music. Dit sociaal-maatschappelijke initiatief maakt muziek toegankelijk voor mensen die minder te besteden hebben. Verschillende leden van QUIET en de Voedselbank doen mee aan Feed the Music. Zjef benadrukt de kracht van het project: “Muziek is een sociaal bindmiddel. Door dit te delen, verdubbel je de feestvreugde.”
Als ik op dinsdagavond het zaaltje van de Voedselbank binnenkom, word ik warm ontvangen door de deelnemers van Feed the Music. Terwijl de bandleden hun instrumenten stemmen, bespreekt coördinator Desiree van den Hout de praktische zaken rondom het aankomende optreden op het QUIET-festival. Tijdens dit jaarlijkse evenement voor de members van QUIET laat de band hun muziek aan het grote publiek horen. Ondertussen loopt bandleider Harry Hendriks rond om de muzikanten aanwijzingen te geven over een goede gitaargreep en het juiste ritme.
Feed the Music is een samenwerking tussen de Veulpoepers, de Voedselbank en QUIET. Met het project willen zij mensen samen muziek laten maken en zo verbinding creëren. Niet iedereen heeft de middelen of het netwerk om in een band te spelen of muzieklessen te volgen. “Lang niet alle leden hebben ervaring. Sommigen hebben niet eens een instrument,” legt Zjef uit, “Je kunt wel thuis gaan zitten en in je woonkamer op een blokfluit gaan spelen, maar zonder publiek en bandleden is er weinig aan. Dit project geeft mensen de mogelijkheid om in een band te spelen en daar samen plezier aan te beleven.”
Frank van Osch en Desiree van den Hout coördineren het project. Ze werven deelnemers via de Voedselbank en QUIET. Desiree: “We verkopen geen ‘nee’. Iedereen mag meedoen. Mensen hoeven geen muzikale ervaring te hebben. Het doel is simpelweg samen muziek maken.” Het animo in Den Bosch is groot en de reacties zijn enthousiast. Na de eerste bijeenkomst ontstond een vaste groep van acht deelnemers. Elke dinsdag spelen zij nummers van onder andere The Beatles en Johnny Cash, of zoals een van de bandleden grapt: ‘Johnny No Cash’. De sfeer tijdens de repetitie is gemoedelijk. Muzikanten helpen elkaar en geven tussendoor tips over waar je een betaalbare muziekstandaard of bladmuziek kan kopen.
Harry Hendriks verzorgt de repetities. Het groepsgevoel vindt hij heel belangrijk: “Ik zorg dat iedereen een plek heeft. Deelnemers vinden het fijn om bij een club te horen. Het onderlinge contact en ervaren dat anderen in een soortgelijke situatie zitten, zorgt voor verbinding. Tijdens de repetities is er naast het instuderen van de nummers ook ruimte voor een grapje of het maken van een praatje. Juist die combinatie maakt de repetities betekenisvol, waardoor iedereen elke week weer terugkomt.”
Er ontstaan inmiddels ook nieuwe plannen onder de deelnemers om na dit project samen verder te gaan. Zo oefenen sommigen ook samen buiten de repetities. Anderen hebben wat meer begeleiding nodig om door te gaan. Dit is ook de wens van Zjef: “Het zou mooi zijn als dit project een vervolg krijgt. Daarom zoeken we vrijwilligers die muziekles willen geven, de band willen coachen of instrumenten willen doneren.”
Wanneer Desiree tijdens de repetitie vraagt of de bandleden na dit project door willen gaan, roept een van hen: “Daar hoef ik niet over na te denken. Ja!” De meerderheid knikt. Maar eerst moet er gerepeteerd worden voor het aankomende optreden. Harry telt af: “Kom op mensen. Nu voor het echie.”
De band zet Let’s stick together in. Het klinkt fantastisch en de tekst is ook raak. Ik snap nu nog beter waarom Feed de Music zo’n waardevol initiatief is. Muziek verbindt en verdubbelt de feestvreugde.